Elke oven is uitgerust met 2 voedingsschroeven die het vaste afval vanuit de voedingstrechter naar het wervelbed doseren. Het slib wordt gelijkmatig en op een gecontroleerde manier in de oven gepompt.

Het verbrandingsproces verloopt bij een temperatuur van minimum 850 °C. Op de bodem van de oven bevindt zich een zandbed. Luchtopeningen blazen onderaan lucht aan hoge snelheid in het zandbed. Deze primaire lucht stuwt het zandbed opwaarts in de oven. Het zand begint te wervelen als een vloeistof. Het vast afval komt via 2 openingen bovenop het hete zand terecht, vermengt zich met het zand en verbrandt onmiddellijk. Het slib wordt via de 4 zijwanden in de oven ingevoerd. Boven het zandbed wordt secundaire lucht in de oven geblazen. Deze secundaire lucht zorgt voor een optimale verbranding.

Om de vereiste NOx-emissiegrenswaarden te bereiken wordt ureum direct in de oven geïnjecteerd.

Schroeven halen het zand en de bodemassen uit de oven. Na zeving wordt de zandfractie gerecupereerd en vervolgens opnieuw in het wervelbed gebracht. Een magneet scheidt de metalen van de bodemassen.